Platform voor zijn cultureel erfgoed

Voor meer achtergrond informatie klik op onderstaande link:
naar website Johan Meijering

Het bestuur bestaat uit:

  1. Benn Bergmann – voorzitter
  2. Fransina Ganzeveld – secretariaat en penningmeester
  3. Carla Durville – bestuurslid
  4. Jaap Ruiter – bestuurslid

foto hiernaast (L) : Johan Meijering – extern adviseur

Op 9 november 2017 werd de Johan Meijering Stichting opgericht. De akte werd bij Hoekstra en Partners Notarissen (Groningen)getekend.

Tweede Altink Affaire (2003-2019) eindigt na bijna 17 jaar
“Deze uitspraak doet geen recht, volstrekt onbegrijpelijk”

Johan Meijering

Na bijna 17 jaren juridisch steekspel is er een einde gekomen aan De Tweede Altink-affaire, de langstlopende kunstvervalsingszaak in Nederland ooit. Het gerechtshof Leeuwarden heeft in een tweezijdig hoger beroep van Meijering en Van Loenen de eerdere uitspraken in stand gelaten. Johan Meijering is teleurgesteld dat het zo afloopt: “De uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden op 23 juli 2019 in de ‘Schadestaatprocedure’ doet mijns inziens geen recht aan deze zaak. Het feit dat de koopsommen en kosten van het technisch onderzoeken van drie twijfelachtige schilderijen niet worden toegekend, is volstrekt onbegrijpelijk. Gelijk hebben en gelijk krijgen blijken nog steeds twee verschillende begrippen!”

25-07-2019 Lees hier het PERSBERICHT

Tweede Altink Affaire (2003-2019) eindigt na bijna 17 jaar
“Deze uitspraak doet geen recht, volstrekt onbegrijpelijk”

Na bijna 17 jaren juridisch steekspel is er een einde gekomen aan De Tweede Altink-affaire, de langstlopende kunstvervalsingszaak in Nederland ooit. Het gerechtshof Leeuwarden heeft in een tweezijdig hoger beroep van Meijering en Van Loenen de eerdere uitspraken in stand gelaten. Johan Meijering is teleurgesteld dat het zo afloopt: “De uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden op 23 juli 2019 in de ‘Schadestaatprocedure’ doet mijns inziens geen recht aan deze zaak. Het feit dat de koopsommen en kosten van het technisch onderzoeken van drie twijfelachtige schilderijen niet worden toegekend, is volstrekt onbegrijpelijk. Gelijk hebben en gelijk krijgen blijken nog steeds twee verschillende begrippen!”

Het echtpaar Van Loenen werd niet door het hof in het gelijk gesteld en veroordeelt in de proceskosten. Meijering werd niet in het gelijk gesteld over de hoogte van de schade in de ‘Schadeprocedure’ en veroordeelt in de proceskosten. Het Hof heeft aan de schrijver, sociale wetenschapper en voormalig kunstverzamelaar Johan Meijering uit Groningen in hoger beroep reen totale schadevergoeding toegekend van in totaal € 86.164,15 en bevestigt hiermee het vonnis van de Rechtbank Assen.

Mr. P.J. Jans (advocaat van Meijering): “Het is spijtig dat dit de uitkomst is van deze jarenlange procedures maar kennelijk had het Gerechtshof het voornemen niet meer aan de uitspraken te tornen van de rechtbank Assen en het oogmerk een einde te maken aan de jarenlange juridische strijd tussen partijen (wat de raadsheren en vrouwen ook ter zitting hebben laten doorschemeren).”

Bij Meijering overheerst nu nog het onbegrip, maar komt ook langzaam het besef dat het verstandig en gezond is om het nu los te laten. “Deze zaak beheerst mijn leven en dat van mijn partner al meer dan 16 jaar! Ik was met een verre boog om het echtpaar Van Loenen heen gelopen als ik maar iets had geweten over de wereld waarin zij leven, een leven van schijn en bedrog! Onomstotelijk staat vast dat het echtpaar Van Loenen in deze zaak in 1999 en 2000 bedrog heeft gepleegd bij het verkopen van ‘Ploegschilderijen’. Feiten zijn feiten en deze zijn onweerlegbaar!”

Het blijft voor hem lastig te bevatten dat de bewijslast al die jaren bij hem, het slachtoffer, lag, dat hij daar vele tienduizenden euro’s aan moest spenderen (o.a. voor onafhankelijk technisch onderzoek), dat hij zijn gezondheid op het spel moest zetten om de kwalijke praktijken van Van Loenen aan het licht te brengen en dat ondanks de overweldigende hoeveelheid bewijslast diverse organisaties en instanties als Openbaar Ministerie, NFI, Justitie en Politie geen actie ondernomen hebben. “Ik strijd niet alleen voor mezelf al bijna 17 jaar om list en bedrog uit te bannen, maar ook voor al diegenen die de kunst en in het bijzonder die van ‘De Groninger Ploeg’ een warm hart toedragen. Als iets mij raakt, kom ik in actie. Niemand wilde hier zijn vingers aan branden, lijkt het wel.”
Al direct bij het ontdekken van de vervalsingen werd hij tegengewerkt door betrokken partijen. “Het feit dat de directie van het Groninger museum en het bestuur van de Johan Dijkstra stichting hebben gemeend geen medewerking te verlenen aan mijn onderzoek, heeft mij niet weerhouden om aan deze zaak te beginnen met het doel dat de onderste steen boven water zou komen. Uiteraard was deze weigering verrassend, bijzonder teleurstellend en opmerkelijk omdat het juist de toenmalige conservator van het Groninger Museum dr. Han Steenbruggen was die de door mij gekochte ‘Ploegschilderijen’ aanmerkte als vals en/of twijfelachtig.”

Zoals in de volgende bijlagen te lezen is, is de bewijslast omtrent vervalsing, oplichting en misleiding (o.a. op schrift, in getuigenverklaringen en vanuit technisch onderzoek) overweldigend.

De achtergrond
Vanaf begin jaren ’90 is de Nederlandse kunstwereld in de ban van een omvangrijke kunstfraude van schilderijen van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg’. Deze affaire zal de geschiedenis ingaan onder de naam ‘Altink Affaire’ en leek in 1995 te zijn afgerond. Niets bleek minder waar. De kwestie kwam in volle omvang een achttal jaren later terug. De eerste jarenlange zaak, de ‘Altink Affaire I’ in de periode 1991-1995 kreeg in 2003 een vervolg onder de naam ‘Altink Affaire II’, die een beerput liet zien waaraan anno 2019 met dit arrest van het gerechtshof Leeuwarden nu een definitief einde komt aan deze langdurige geschiedenis.

Door het vervalsen van kunst dan wel de handel in valse kunst worden de Nederlandse culturele erfgoederen, waaronder die van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg’ ernstig bedreigd. Op grond van de vele publicaties in de media en het jarenlange onder moeilijke omstandigheden diepgaande onderzoek van Johan Meijering kan er vanuit worden gegaan, dat sedert ca. 1990 zeker honderden valse schilderijen van deze noordelijke kunstkring in omloop zijn.

Zowel tijdens de Eerste Altink Affaire in de periode 1991-1995 als de Tweede Altink Affaire in de periode 2003-2019 heeft deze geruchtmakende zaak in het teken gestaan van misleiding van de zijde van de gedaagden, het echtpaar Van Loenen. De Altink Affaire (*1) heeft niet alleen jarenlang volop in de Nederlandse media aandacht gekregen, ook ver over de Nederlandse grenzen is deze zaak onder de aandacht gekomen met publicaties o.a. in Duitsland, Amerika, Zuid-Korea (internationaal congres over authenticiteit).
Uit wetenschappelijk onderzoek (*2) blijkt, dat de prijzen van Ploegwerken door de Altink Affaire zijn gedaald (causaal verband).

‘Schadestaatprocedure’
Johan Meijering – eisende partij – wilde via een zogenaamde ‘Schadestaatprocedure’ genoegdoening voor de aanzienlijke schade die hij heeft geleden door dat de kunsthandelaar en schilder Cor van Loenen en diens echtgenote vijf schilderijen verkochten van ‘De Groninger Ploeg’ (‘Jan Altink’ en ‘Johan Dijkstra’) die niet authentiek bleken te zijn. Keer op keer werd Meijering in het gelijk gesteld in diverse rechtszaken en inmiddels is er een bedrag voldaan door Van Loenen c.s. van in totaal € 86.164,15. Het echtpaar Van Loenen ging vervolgens in hoger beroep tegen alle vonnissen in deze zaak tot nu toe en wilde hun reeds betaalde bedrag van in totaal € 86.164,15 terug vorderen.

Oplichting
Meijering werd in 1999 en 2000 naar eigen zeggen opgelicht door het echtpaar Van Loenen, toentertijd zijn huisvrienden. Zij verkochten hem op verschillende tijdstippen Ploegschilderijen tegen de door het echtpaar gevraagde koopsommen en op dat moment reële verkoopprijzen met mondelinge en schriftelijke garantie van echtheid.

In 2002 kwam de toenmalige conservator van het Groninger Museum dr. Han Steenbruggen erachter dat de 10 gekochte schilderijen niet authentiek en/of twijfelachtig waren. Het echtpaar Van Loenen bleek niet bereid te zijn de koopsommen te restitueren en de schilderijen terug te nemen, conform gemaakte mondelinge en schriftelijke afspraken tussen koper en verkoper. Als gevolg waarvan Meijering genoodzaakt was deze kwestie voor te leggen aan de bevoegde rechter.

Meijering leerde het echtpaar voor het eerst kennen in 1997 en was niet op de hoogte van de dubieuze praktijken van Cor van Loenen in de periode 1991-1995 (Altink Affaire I).

Civiele procedure
Wat begon als een redelijk eenvoudige zaak (Van Loenen c.s. hoefde immers alleen de schilderijen terug te nemen en de koopsommen te restitueren) bleek een eindeloos traject te worden. Meijering vordert op 30 januari 2003 restitutie van de koopsommen, vermeerderd met de wettelijke renten. In een tussenvonnis op 25 januari 2006 beslist de eerste enkelvoudige kamer van de Rechtbank Assen, sector Civiel, zaaknummer: 52024/HA ZA 05?408, dat op Meijering de last rust – een bijna onmogelijke opdracht – om te bewijzen dat de schilderijen vals zijn en gelast de Rechtbank een deskundigenonderzoek. De door de Rechtbank benoemde onafhankelijke deskundige Cornelis Buijsert uit Utrecht bevestigt en concludeert, dat de omstreden Ploegschilderijen vals zijn. Ook de gecertificeerd beëdigd register-makelaar-taxateur J.R.H van den Hende uit Haren komt via een taxatie tot diezelfde conclusie.

Door de oplichtingspraktijken van het echtpaar Van Loenen heeft Meijering aanzienlijke schade opgelopen. Het echtpaar heeft geen enkele poging ondernomen om deze schade te beperken! Met leugens en bedrog, het geven van aantoonbaar een onjuiste voorstelling van zaken en jarenlang het weigeren de herkomst van de schilderijen te vertellen is volgens Meijering de schade door hun toedoen buiten proportioneel opgelopen.

Jarenlang onderzoek
Meijering deed vanaf 2004 diverse aangiften bij de politie, ging zelf langdurig op onderzoek uit (*3) waarbij hij onder andere een link ontdekte met de verdwenen collectie Zwaneveld, bestaande uit 550 schilderijen en kunstvoorwerpen (*4).

Uit het onderzoek bleek, dat de vijf betwiste schilderijen afkomstig waren uit deze verdwenen kunstcollectie.
Ook kwam hij erachter dat een taxatierapport van de taxateur Auke van der Werff, dat hem beschikbaar was gesteld bij de aankoop van de eerste twee schilderijen, reeds na een dag was ingetrokken door deze taxateur en vervalst was en dat door zijn voormalige vrienden over de herkomst van de schilderijen die in het geding zijn onjuiste informatie is verstrekt (dwaling). Een uitermate belastende brief van de taxateur, behorend bij dit taxatierapport heeft Meijering bij de aankoop niet gezien en hij was daarvan niet op de hoogte.
Daarnaast ontdekte hij dat het echtpaar een belangrijk onderdeel, namelijk deel II het schriftkundig onderzoek van het technisch onderzoek, gedateerd 15 juni 1993 (*5) van het toenmalige Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie (thans NFI) bijna gedurende de gehele juridsche procedure onder de pet heeft gehouden. Alleen deel I van dit rapport was door de gedaagden ingeleverd in deze procedure. Het voor het echtpaar Van Loenen belastende rapport heeft Meijering uiteindelijk na herhaaldelijk aandringen na 13 jaren procederen pas in het einde van de procedure van het echtpaar ontvangen, op 16 augustus 2016!. Uit dit rapport blijkt onder meer, dat de signatuur van één van de betwiste 5 schilderijen ‘Pic de Luc’, vals is. Dit schilderij is door het echtpaar Van Loenen in 1999 aan Meijering verkocht als een authentiek schilderij. Uit vorenstaande blijkt, dat het echtpaar Van Loenen willens en wetens bedrog hebben gepleegd, met opzet heeft gehandeld, terwijl zij over de kennis beschikten van het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium d.d. 15 juni 1993, bestaande uit twee delen. Deel I van deze rapportage, het verfkundig onderzoek is gedateerd op 17 juli 1992. Ook waren de gedaagden op de hoogte van het feit, dat een ander betwist schilderij in deze procedure, het schilderij ‘Het Reitdiep’ begin 1991 door het veilinghuis Christies’ in Amsterdam ook vals was verklaard, uit de veiling genomen en geretourneerd aan het echtpaar Van Loenen.

Om te voldoen aan de door hem als eisende partij opgelegde bewijsopdracht maakte Meijering in totaal 55 onderzoeksverslagen en bracht deze in de procedure. Het echtpaar Van Loenen had – met de wetenschap die zij hadden – deze schilderijen nooit mogen verkopen. Belangrijke informatie hebben zij bij de koop aan Meijering verzwegen. Ook heeft het echtpaar Van Loenen deze informatie verzwegen voor de rechters en hebben daarmee de rechtsgang ernstig belemmerd en de rechters op een verkeerd dwaalspoor proberen te zetten.

Vermindering eis
Op 30 januari 2008 vermindert Meijering na het tussenvonnis Rechtbank Assen, Sector civiel recht zijn eis met vijf betwiste Ploegschilderijen om budgettaire redenen – technisch onderzoek van schilderijen is buitengewoon kostbaar – en het feit, dat bij vijf betwiste Ploegschilderijen (*6) door alle 11 door hem geraadpleegde deskundigen (*7) onafhankelijk van elkaar is vastgesteld dat deze schilderijen vals zijn en niet zijn gemaakt door diegene wiens signatuur op de werken staat vermeld (consensus). Hij vervolgt de gerechtelijke procedure in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden met deze vijf overige omstreden schilderijen.

Onafhankelijk technisch onderzoek
Op eigen kosten liet Meijering een kostbaar onafhankelijk technisch onderzoek verzorgen, onder meer in Engeland, bij de vijf betwiste Ploegschilderijen. De conclusie van het technisch onderzoek door ARRS uit Den Haag in 2011 luidt: Alle vijf schilderijen vals; Van drie schilderijen komt de verf voor 100% overeen met het palet van Cor van Loenen (de schilderijen Het Reitdiep, Pic de Luc en Roggestompen). Volgens de technisch onderzoeker Milko de Leeuw zijn deze drie schilderijen door Cor van Loenen zelf gemaakt.

Arrest gerechtshof Leeuwarden
Ondanks het feit dat 11 deskundigen onafhankelijk van elkaar verklaren dat de vijf betwiste schilderijen vals zijn en dit door technisch onderzoek wordt bevestigd, doet het gerechtshof Leeuwarden een opmerkelijke uitspraak. Met een overvloed aan bewijzen verklaart het gerechtshof Leeuwarden op 30 oktober 2012 niet alle vijf schilderijen vals. Twee van de vijf betwiste schilderijen worden vals verklaard, de schilderijen ‘Pic de Luc’ en ‘Het Reitdiep’ en drie twijfelachtig, het schilderij ‘Roggestompen’ en de gouaches ‘Gronings landschap’ en ‘Blauw Borgje’.

Het gerechtshof Leeuwarden beschikte op het moment van deze uitspraak niet over het voor het echtpaar Van Loenen belastende onderzoeksrapport van het voormalig Gerechtelijk Laboratorium, dat – zoals eerder vermeld – bijna 4 jaar later boven water kwam, op 16 augustus 2016. Geconstateerd kan worden dat het gerechtshof Leeuwarden in 2012 het schilderij ‘Pic de Luc’ vals heeft verklaard, terwijl dit in 1993 al was geconstateerd door het toenmalige Gerechtelijk Laboratorium.
Belangrijke en essentiële informatie voor deze zaak is door de gedaagden Van Loenen het gerechtshof Leeuwarden willens en wetens onthouden!

Economische waarde
Volgens twee erkende taxateurs Johan van der Hende uit Haren en Cornelis Buijsert uit Utrecht hebben de vijf schilderijen een economische waarde van nul euro. (volgens Cornelis Buijsert een totale decoratieve waarde van € 150.00, – -.)

Aangifte bij politie
Op woensdag 15 mei 2019 heeft Meijering opnieuw aangifte gedaan tegen het echtpaar Van Loenen bij de politie in Groningen. In dit geval wegens smaad en smaadschrift.

Schenking privé-kunstcollectie goede doelen
Begin jaren negentig van de vorige eeuw begon Meijering met het verzamelen van kunst en bouwde in de loop der jaren een omvangrijke privékunstcollectie op. Johan Meijering besloot door deze affaire bijna zijn gehele kunstcollectie te schenken aan goede doelen. In de periode 2005 t/m 2014 schonk hij in totaal 136 schilderijen aan de stichting Beatrix Kinderkliniek van het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Nederlandse Rode Kruis district Groningen, stichting Oosterlengte in Winschoten, het Universitair Medisch Centrum Groningen, het St. Lucas Ziekenhuis in Winschoten en het Rode Kruis in Winschoten.

Overzicht Altink Affaire
Onder auspiciën van de Johan Meijering Stichting is voor de eerste keer een compleet overzicht gegeven van de Altink Affaire 1991 tot 2019 via drie in 2019 uitgebrachte “Publicaties” met onder meer in totaal 84 perspublicaties:
*Altink Affaire I – Perspublicaties periode 1991-1995;
*Altink Affaire II – Perspublicaties periode 2001-2019;
*Altink Affaire II, de eerste maatschappelijke missie van Johan Meijering.

Over De Ploeg:
De twee valse en drie twijfelachtige schilderijen zijn gesigneerd, als zouden ze van de Kunstkring ‘De Groninger Ploeg’ komen. De Ploeg is een kunstenaarscollectief, dat in 1918 in de stad Groningen werd opgericht. Jan Altink en Johan Dijkstra waren in 1918 de oprichters van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg.’ De nalatenschap van deze kunstkring is niet alleen regionaal en nationaal erkend, maar is ook internationaal bekend geworden. In het Groninger Museum is een aparte afdeling van het oeuvre van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg’ opgenomen. In de jaren negentig stegen de prijzen naar grote hoogte. Op 1 december 1998 werd een schilderij van Johan Dijkstra geveild. Opbrengst fl. 138.384,??
Een schilderij van Jan Altink bracht bij het zelfde veilinghuis op 7 december 2006 een bedrag op van 96.000,??. De veilingopbrengsten zijn exclusief de veilingkosten voor de koper.

Meer weten: http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Ploeg_(Groningen)

Wat heeft de Altink Affaire in positieve zin betekend?
• Jurisprudentie met het arrest van het gerechtshof in Leeuwarden op 30 oktober 2012, waarbij twee schilderijen in hoger beroep vals werden verklaard;
• Aandacht voor deze vervalsingzaak in Nederlandse en buitenlandse media (onder meer Duitsland, de Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea) voor het thema ‘valse kunst’ en de ernstige bedreiging van culturele erfgoederen, in het bijzonder van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg’;
• Zaak behandeld door studenten van diverse kunst en juridische opleidingen; *Opheldering over de omvangrijke verdwenen ‘kunstcollectie Zwaneveld’ van ca. 550 (Ploeg)schilderijen.
• Ander positief punt is dat er een aantal websites zijn opgericht met als kern ‘valse kunst’; Het instellen van een meldpunt voor valse kunst door twee brancheorganisaties, de Federatie TMV, beroepsorganisatie voor gecertificeerde Taxateurs, Makelaars en Veilinghouders in roerende zaken en de Koninklijke VHOK de vereniging van handelaren in oude kunst in Nederland, aldus een persbericht op 10 oktober 2018;
• Het instellen van een meldpunt voor valse kunst door twee brancheorganisaties, de Federatie TMV, beroepsorganisatie voor gecertificeerde Taxateurs, Makelaars en Veilinghouders in roerende zaken en de Koninklijke VHOK de vereniging van handelaren in oude kunst in Nederland, aldus een persbericht op 10 oktober 2018;
• Oprichting van een website valse kunst. Begin januari 2019 meldt Taco Popma van Popma lijstenmakerij uit Heerenveen, dat hij eigenaar is www.valsekunst.nl en bijhorend forum (www.valsekunst.nl/forum). Het plan is om op de website allerhande info inzake het herkennen van valse kunst te plaatsen (technieken, UV licht, IR licht, grafiek/schilderijen, etc). Het forum kan een plek worden voor vragen, antwoorden en o.a. het posten van valse kunst; Het instellen van een ‘Rijdende kunstrechtbank’ in april 2019, die geschillen in kunstwereld eerlijker moet beoordelen.

Over Johan Meijering
Johan Meijering studeerde sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Hij begon zijn carrière als (hoofd)agent bij de gemeentepolitie en werkte later als maatschappelijk werker en sociale wetenschapper bij diverse gemeentelijke overheden. Al van jongs af startte hij veel initiatieven op het terrein van woon- en leefmilieu. Zo heeft hij gepoogd het vervalsen van kunst en het verhandelen van valse kunst aan banden te leggen, in het bijzonder die van de kunstkring De Ploeg. Hij voerde jarenlang campagne tegen het afsteken van het consumentenvuurwerk en schreef daar twee boeken over. In 2015 begon hij aan een nieuwe missie: hij pleit voor een referendum over het geldverslindende en immens grote Groninger Forum, waarbij hij tevens een alternatief presenteert: Nieuw Groninger Forum of Hyde Park Groningen, een sfeervolle oase in hartje binnenstad. Hij is een bevlogen man, die op idealistische en onorthodoxe wijze staat voor zijn idealen.

Conclusie
Eindelijk gaat het deksel van de beerput. Na vele jaren is duidelijk worden hoe op grote schaal in ieder geval vanaf 1991 schilderijen van De Ploeg nagemaakt zijn en moedwillig verspreid worden. Het begon met een diepgaand onderzoek door Johan Meijering, kunstliefhebber, tegen personen die hem willens en wetens valse schilderijen verkochten. Hij ging zelf op onderzoek uit omdat politie en justitie volgens hem te kort schoten in een grondig onderzoek. Zijn speurzin, doorzettingsvermogen, tactisch geduld en kennis uit zijn voormalige beroep bij de politie kon hij goed inzetten om deze zaak verder te onderzoeken. Dankzij zijn jarenlange inzet en voorbereiding liggen er nu veel feiten op tafel. Dit heeft al geleid tot een drietal aangiften bij de politie over oplichting van bijna 400 valse ‘Ploegschilderijen’. Aangetoond kan worden dat er een samenhang tussen deze aangiften bestaat. Aangetoond wordt dat een kleine kunstbende sinds 1990 de Nederlandse kunstwereld terroriseert en aanslagen doet op Nederlandse culturele erfgoederen, in het bijzonder schilderijen van de ‘Groninger Ploeg.’

De Altink Affaire is na vele jaren ontrafeld. Door de valsverklaring van het gerechtshof Leeuwarden op 30 oktober 2012 van de schilderijen ‘Het Reitdiep’ en ‘Pic de Luc’ hebben de galeriehouders Renée Smithuis uit Blaricum en Kees Hofsteenge uit Groningen in 1991 al terecht Cor Van Loenen aangewezen als handelaar in valse Ploegschilderijen en mogelijke vervalser van deze werken.

(*1) Altink Affaire
Strafrechtelijk onderzoek

A Eerste Altink Affaire
Kunstschilder, verzamelaar en handelaar in kunst en antiek Cor van Loenen uit Beilen was in het begin van de jaren ’90 betrokken bij wat thans bekend staat als de ‘Altink Affaire’. Van Loenen werd er van verdacht schilderijen van schilders van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg’ te vervalsen, dan wel vervalsingen van dergelijke schilderijen te verhandelen. Velen in de kunst en veilingwereld zien hem jarenlang als de kwade genius van het vervalsen van Ploeg werken en het samen met zijn echtgenote handelen in valse Ploegwerken. In de media werden zij afgeschilderd als het ‘Altink echtpaar’.
Het Openbaar Ministerie in Amsterdam heeft uiteindelijk destijds besloten de zaak tegen Cor van Loenen te seponeren wegens onvoldoende aanwijzing van opzet, ondanks de verklaringen van twee getuigen-deskundigen die 28 van de 31 in beslag genomen schilderijen van het echtpaar Van Loenen onafhankelijk van elkaar als vals bestempelden. Tot de 31 in beslag genomen schilderijen behoorden onder meer twee schilderijen, getiteld ‘Pic de Luc’ (ook genoemd ‘Heuvellandschap’ en ‘Berglandschap’) en ‘Het Reitdiep’, beide gesigneerd met ‘J. Altink.’

Cor van Loenen ontsnapt in 1993 aan strafvervolging. Nadat Cor van Loenen vier dagen in Amsterdam voor verhoor had vastgezeten op het hoofdbureau van politie, ontsnapte hij aan een mogelijke strafvervolging. In het kader van het strafrechtelijk onderzoek destijds was onder meer het in beslag genomen schilderij ‘Pic de Luc’ schriftkundig onderzocht in 1993 door het toenmalige Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Uit dat onderzoek d.d. 15 juni 1993, bleek dat de signatuur van dit schilderij vals was. De uitslag van dit voor Cor van Loenen belastende onderzoek bestaande uit twee delen liet lang op zich wachten door langdurige ziekte van de onderzoeker. De Officier van Justitie heeft dit onderzoek destijds niet afgewacht, maar de zaak tegen Cor van Loenen vroegtijdig afgerond en achteraf ten onrechte vroegtijdig geseponeerd.

Hiertegen is door een belanghebbende, voormalig galeriehoudster mevrouw Renée Smithuis, bezwaar aangetekend middels een artikel 12 procedure van het Wetboek van Strafvordering. Haar bezwaar werd afgewezen.

Citaat uit: ‘Nieuwsblad van het Noorden’, d.d. 31 maart 1994:
‘Procureur Generaal P.M. Brilman heeft het hof namelijk geadviseerd het verzoek af te wijzen. Hij vindt het aannemelijk dat Van Loenen zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf, maar er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een strafzaak, zo stelt hij.’

De ‘Altink Affaire I’, periode 1991 t/m 1995, veroorzaakte jarenlang een stroom aan publicaties.
Van Loenen ontvangt in januari 1993 zijn 31 in beslag genomen schilderijen van justitie Amsterdam terug, waaronder de schilderijen met de titel ‘Pic de Luc’ en ‘Het Reitdiep’.

Cor Van Loenen ontving twee forse schadevergoedingen van Justitie in 1993 en 1995, omdat hij 4 dagen heeft vastgezeten in een Amsterdamse politiecel. Justitie kon destijds niet bewijzen, dat Cor Van Loenen met kwade opzet heeft gehandeld.

Tevens komt hij in het bezit van het technisch onderzoek van het toenmalige Gerechtelijk Laboratorium, thans het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), dat uit twee delen bestaat:
*Het verfkundig onderzoek, gedateerd 17 juli 1992 en
*Het schriftkundig onderzoek bij het schilderij ‘Pic de Luc’, gedateerd 15 juni 1993

In een publicatie van ‘Het Hollands Dagblad’ op woensdag 27 september 1995 werd Mr. Hamer, destijds advocaat van de beide getuige deskundigen geciteerd: ‘Het is de taak van justitie om systematische kunstvervalsing en ontwrichting van de kunsthandel op te sporen en te veroordelen. Nu is door een onbeholpen aanpak een beroepsvervalser de dans ontsprongen.’

B Tweede Altink Affaire (2003-2019)

Cor van Loenen ontsnapte in 2013 voor de tweede keer aan een strafvervolging. Ook in de huidige Affaire, de zogeheten Tweede Altink affaire ontsnapt in deze zaak niet alleen Cor van Loenen, maar ook diens echtgenote aan een strafvervolging. Ondanks de uitdrukkelijke toezegging door de officier van justitie om een strafzaak te starten binnen de termijn dat de zaak verjaard zou worden is dit niet gebeurd. Meijering kwam erachter tijdens een door hem ingesteld hoger beroep via een ‘art. 12 procedure’. Toen bleek dat deze zaak inmiddels was verjaard en deze zaak – ondanks alle toezeggingen van het OM – niet tijdig door het OM was gestuit. Gevolg: geen strafzaak. Het feit dat er geen strafzaak was gekomen tegen het echtpaar Van Loenen, had de civiele zaak ernstig belemmerd. Als er een strafzaak zou zijn geweest met een veroordeling, zou die civiele zaak eenvoudiger zijn geweest en mogelijk allang ten einde.

In 2003 begon de affaire weer de kop op te steken toen Johan Meijering erachter kwam dat hij was opgelicht bij de aankoop van valse Ploegschilderijen. Het Drentse kunstenaarsechtpaar Van Loenen had aan hun vroegere huisvriend Meijering uit Groningen in 1999 en in het jaar 2000 tien ‘Ploegwerken’ verkocht met name voorzien van de signatuur van de bekende Groninger Ploegschilders J .Altink en J. Dijkstra. Zij hadden zowel mondeling als schriftelijk de echtheid van deze werken gegarandeerd, alsmede een terugruilgarantie. Bovendien gaven zij ter ondersteuning van de echtheid een kopie van een taxatierapport van de beëdigd taxateur Auke van der Werff uit 1993. Achteraf bleek dat er met dit rapport was geknoeid. Uit een begeleidende brief van de taxateur (die Meijering overigens bij de aankoop niet had ontvangen) bleek dat dit rapport onder voorwaarde en uitsluitend bedoeld was voor de dekking van een brandverzekering en niet voor commerciële doeleinden. Reeds in 1994 was er in de media bekend dat Van Loenen misbruik maakte van dit rapport, dat overigens een dag na het opmaken was ingetrokken door de taxateur, omdat hij grote twijfels had gekregen over de echtheid van de schilderijen. De taxateur verzocht Van Loenen het rapport terug te sturen, maar dit is nooit gebeurd. Zodoende heeft Van Loenen het ingetrokken rapport jarenlang kunnen misbruiken.

Dit blijkt uit een artikel uit het ‘Nieuwsblad van het Noorden’, d.d. 10 februari 1994, pagina 1. Citaat: ‘Expert: Van Loenen maakt misbruik van taxatierapport. Van der Werf baseert zich op de informatie van twee mensen aan wie Van Loenen doeken uit het ‘verdachte’ Altink twaalftal zou hebben aangeboden.’

Meijering kwam er na de transactie achter, dat deze 10 schilderijen volgens door hem geraadpleegde deskundigen, vals waren. Voor hem was de maat toen vol en hij besloot in actie te komen. Dit was het begin van een schimmig steekspel met zowel een civiel juridische, als strafrechtelijke procedure. De jarenlange slepende juridische procedures begonnen op 30 januari 2003, een levenswerk.

(*2) Citaat speech Mr. drs. Oliver Spapens op 9 november 2018 werd in Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea, een internationale conferentie gehouden, de ‘International Conference about Authentication and Appraisal’ met deelnemers afkomstig uit alle windstreken van de wereld.

“Dia 17 Economische impact: schade

Vanuit economisch oogpunt misschien wel het meest interessant is het feit dat de vervalsingen een enorme impact hebben op de economische waarde van de werken van De Ploegartiesten. De foto achter me toont de gemiddelde waarde van het werk van Jan Altink dat op een veiling werd verkocht. Zoals u al kunt zien, daalt de waarde aanzienlijk na het arrest van de lagere rechtbank van 2008, waarin de betrokken werken niet als vervalsingen werden aangemerkt. Samen met Gregory Day van de Universiteit van Mississippi werd zowel correlatie als causaliteit aangetoond tussen de vervalsingen van het werk van Altink en de waardevermindering. Dit bewijst dat vervalsingen niet alleen economisch schadelijk zijn voor degenen die ze kopen, maar voor de markt als geheel.”

(*3) Onderzoek Johan Meijering
Verzonnen verhaal over herkomst in Eerste Altink Affaire

In het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw geloofde niemand het verhaal van Cor van Loenen over de herkomst van zijn schilderijen. Het lukte niemand (media, politie, justitie, destijds om de waarheid te achterhalen.

Dit is wel gelukt tijdens het jarenlang onderzoek van Johan Meijering. Gebleken is, dat Cor van Loenen in 1991 gelogen heeft over de herkomst van de schilderijen in de Eerste Altink Affaire (1991-1995), zoals verwoord in onderstaande artikelen van het Nieuwsblad van het Noorden op 5 juli 1991 en De Telegraaf op 6 juli 1991.

De heer “A” (bij onderzoeker bekend), heeft verklaard en feitelijk met documenten aangetoond dat de verhalen over een meneer Jansen en Van den Berg (een zogenaamde vriend van Jansen) door Cor van Loenen compleet verzonnen is. Op de bewuste datum en door Cor van Loenen genoemde tijdstip heeft hij in het koffiehuis in Amsterdam 2 gouaches gekocht (achteraf vermoedelijk vals) in het Noord-Zuid Hollands Koffiehuis. Zijn broer, de heer “B” (bij onderzoeker bekend) heeft hem gebracht in een witte bestelbus, deze geparkeerd naast het Amsterdamse Centraal Station en later na de transactie met Cor van Loenen ook opgehaald.

Deze ervaring heeft Cor van Loenen aangegrepen om onderstaand verhaal te verzinnen. Gebleken is dat Cor van Loenen geen schilderijen heeft gekocht, maar verkocht en de feitelijke situatie heeft omgedraaid! Mogelijk heeft Cor van Loenen meineed gepleegd bij de Amsterdamse rechtbank toen hem op 26 juni 1991 door de vicepresident Mr. J. Vrakking van deze rechtbank naar de herkomst van de schilderijen is gevraagd!

“Tegenover de rechtbank verklaarde Van Loenen al in de jaren ’70 met het kopen van Altink gouaches en schilderijen te zijn begonnen. De eerste twee gouaches kocht het echtpaar op een kunstmarkt in het Noord-Hollandse Bergen van de schilderijenverzamelaar Van den Berg uit Heerlen (later woonachtig in Nijmegen). Dezelfde Van den Berg, die niet als getuige aanwezig was omdat hij, aldus Van Loenen, is geëmigreerd, zou vorig jaar opnieuw contact hebben opgenomen. Het echtpaar kocht vervolgens een twintigtal Altinks.

Via Van den Berg kwamen de Van Loenens vorig jaar oktober op het spoor van de kunst- en antiekhandelaar Jansen in Amsterdam. Deze verkocht hen in een bestelbusje tegenover het Amsterdamse Centraal Station in totaal 17 schilderijen en gouaches. Dezelfde Van den Berg, die niet als getuige aanwezig was omdat hij, aldus Van Loenen, is geëmigreerd, zou vorig jaar opnieuw contact hebben opgenomen. Het echtpaar kocht vervolgens een twintigtal Altinks. Via Van den Berg kwamen de Van Loenens vorig jaar oktober op het spoor van de kunst- en antiekhandelaar Jansen in Amsterdam. Deze verkocht hen in een bestelbusje tegenover het Amsterdamse Centraal Station in totaal 17 schilderijen en gouaches.”

Bron:
‘AItink-echtpaar’ verliest kort geding tegen de Telegraaf’
Nieuwsblad van het Noorden, 5 juli 1991

“Vicepresident van de Amsterdamse rechtbank mr. J.M. Vrakking besluit bij tussenvonnis de beide partijen in het kort geding tussen De Telegraaf en de Van L.’s te horen. Woensdag 26 juni vraagt hij in het Paleis van Justitie aan de Parnassusweg aan het echtpaar Van L. hoe zij toch in het bezit van zoveel Altinks zijn gekomen.
Cor van L. komt dan op de proppen met een door hemzelf met de hand geschreven, zeven velletjes lange verklaring. Daarbij spreekt hij van contacten met een Altink-collectioneur, Van den Berg geheten. Van L. geeft ook toe dat hij geen idee heeft waar de man op dit moment verblijft. Van L. beweert voorts voor een bedrag van 38.500 gulden zes doeken, twaalf gouaches en één paneel van de onbekende Van den Berg te hebben gekocht.

Volgens de verklaring krijgt het Drentse echtpaar later contact met de minstens zo onbekende ‘meneer Jansen’ uit Amsterdam, ook al een Altink- kenner die daarna in het niets is verdwenen. Van Loenen zegt voor een bedrag van 27.500 gulden vijf kleinere doeken en dertien gouaches van de mysterieuze Jansen te hebben gekocht. De koop werd gesloten in het Noord-Zuid Hollands Koffiehuis tegenover het Centraal Station op “plus minus 20 september 1990.” Als ruil voor de zogenaamde Altinks had Van L. naast contant geld ook sieraden en antiek vanuit zijn woonplaats Holthe meegebracht.

Cor van L. in zijn verklaring: “Nadat we in het koffiehuis m’n spullen hadden bekeken, gingen we naar een witte bestelbus, geparkeerd rechts naast de hoofdingang van het Centraal Station. Na de schilderijen en gouaches in de bestelbus bekeken te hebben, gingen we akkoord. Na zorgvuldig ingepakt te hebben (vier pakketten) zette hij mij op de trein naar Beilen. Ik kon blijven zitten tot aan Beilen. Vertrek 21.32 uur. Aankomst Beilen 23.30 uur. Met taxi van station naar Holthe.”

(*4) Verdwenen Kunstcollectie ‘Zwaneveld
Kort ná het arrest van het gerechtshof Leeuwarden op 30 oktober 2012 komt Johan Meijering in december 2012 bij toeval in het bezit van 398 foto’s van de in 1995 verdwenen kunstcollectie ‘Zwaneveld’, die uit ca. 550 kunstwerken bestond. Hij ontdekte bij de fotocollectie 7 foto’s van de door hem van het echtpaar Van Loenen gekochte ‘Ploegwerken’ (aantal: 10). Zowel uit deze gevonden foto’s, als verklaringen van de eigenaren van de kunstcollectie ‘Zwaneveld’ (mevr. Zwaneveld-Snippe en haar inmiddels overleden zoon Jan Zwaneveld blijkt, dat alle tien ‘Ploegschilderijen’ die Johan Meijering heeft gekocht van het echtpaar Van Loenen afkomstig zijn uit deze verdwenen kunstcollectie ‘Zwaneveld’.

Ook getuige mevrouw Renée Smithuis, die in 1995 deze kunstcollectie taxeerde voor de belastingdienst, herkende deze schilderijen en bevestigde dat in ieder geval vier van de vijf schilderijen, die in de procedure zitten afkomstig zijn uit de ‘Zwaneveld-collectie’.

Het echtpaar Van Loenen deed begin jaren negentig zaken met de op dat moment vermogende familie Zwaneveld uit Hoogezand en runden een aantal jaren voor deze familie galerie ‘De Zwaan’ in Groningen, waar destijds ook een aantal kunstveilingen werden georganiseerd. Een deel van de door Zwaneveld opgebouwde kunstcollectie werd geleverd door Cor van Loenen. In 1995 verdween de inmiddels omvangrijke kunstcollectie Zwaneveld op mysterieuze wijze. Deze zaak is nooit opgehelderd.

De familie Zwaneveld betichtte hun toenmalige vrienden, het echtpaar Jansen van ontvreemding/verduistering van deze collectie. Hierover zijn door Zwaneveld zonder succes diverse rechtszaken gevoerd. Het echtpaar Van Loenen kende de familie Jansen en heeft jarenlang in alle toonaarden gezwegen over de herkomst van de vijf betwiste schilderijen. Meijering vraagt op 20 maart 2013 tijdens de ‘Comparitie van partijen’ bij de Rechtbank Assen tijdens deze zitting waarom er tien jaar wordt gezwegen over de herkomst van de schilderijen? Mevrouw Van Loenen reageert daarop en vertelt, dat de betwiste schilderijen afkomstig zijn van de familie Jansen. Met haar verklaring, bevestigt mevrouw Van Loenen, dat de door het echtpaar Van Loenen aan Meijering verkochte schilderijen, uit de verdwenen kunstcollectie Zwaneveld afkomstig zijn.

(*5) Technisch onderzoek Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie (thans NFI) in 1993

Uit het technisch onderzoek (deel II, schriftkundig onderdeel) van het toenmalige Gerechtelijke laboratorium (thans NFI) blijkt dat van de destijds bij Van Loenen inbeslaggenomen schilderijen bij vier schilderijen een valse handtekening is vastgesteld, waaronder het schilderij “Pic de Luc” in de huidige procedure. Vijf omstreden bij Cor van Loenen in beslag genomen schilderijen zijn destijds technisch onderzocht in opdracht van de toenmalige gemeentepolitie Amsterdam.

(*6) Koop vijf betwiste Ploegschilderijen
1 Reitdiep (“J. Altink”) februari 1999 VALS verklaard
2 Heuvellandschap/Pic de Luc (“J. Altink”) februari 1999 VALS verklaard
3 Roggeveld (“J.O.H. Dijkstra”) 18 juli 1999 TWIJFELACHTIG verklaard
4 Blauwbörgje (“J.O.H. Dijkstra”) 10 juni 2002 TWIJFELACHTIG verklaard
5 Gronings Landschap (“J. Altink”) 10 juni 2002 TWIJFELACHTIG verklaard
Door het gerechtshof Leeuwarden zijn op 30 oktober 2012 twee van de vijf betwiste schilderijen vals verklaard en drie twijfelachtig.
(*7) Valsverklaringen deskundigen en waardebepaling
De volgende 11 deskundigen hebben de drie schilderijen onafhankelijk van elkaar vals verklaard:
1. Sibbele Ongering uit Groningen Schriftelijk
2. Richard ter Borg uit Groningen Schriftelijk
3. Mr. Mark Smit uit Ommen Schriftelijk
4. Frank Buunk uit Ede Mondeling
5. Johan van der Hende uit Haren Schriftelijk (taxatierapport) en mondeling
6. C. Buijsert uit Utrecht Schriftelijk (taxatierapport)
7. Dr. Han Steenbruggen uit Groningen Schriftelijke en mondeling
8. Marco Bosmans (Forensicon) uit Leeuwarden Mondeling
9. Milko den Leeuw (ARRS) uit Den Haag Schriftelijk (technisch onderzoek*) en mondeling
10. Renée Smithuis uit Castricum Mondeling
11. Auke van der Werff uit Texel Schriftelijk en mondeling

Persbericht Altink Affaire II (afsluiting) – 25-07-2019

12 mei 2019 Lees hier het PERSBERICHT
De Tweede Altink-affaire: Hoger beroep rond valse schilderijen van ‘De Groninger Ploeg’

De langstlopende kunstvervalsingszaak van Nederland wordt 20 mei aanstaande ná ruim 16 jaar bij de Rechtbank Noord Nederland in Leeuwarden voortgezet met een hoger beroep. De zitting is openbaar en begint om 13.30 uur.

De inzet van beide partijen staat haaks op elkaar. Het hoger beroep van beide partijen is door het gerechtshof samengevoegd en wordt tegelijk behandeld. Johan Meijering wil genoegdoening voor de schade die hij heeft geleden doordat het echtpaar Van Loenen hem vijf schilderijen verkocht van ‘De Groninger Ploeg’ (‘Jan Altink’ en ‘Johan Dijkstra’) die niet authentiek bleken te zijn.

Het echtpaar Van Loenen is in hoger beroep tegen alle vonnissen en arresten in deze zaak tot nu toe en wil hun reeds betaalde bedragen van in totaal € 86.164,15 terug.

Meijering stelt dat hij nog steeds niet schadeloos is gesteld voor de resterende geleden schade van € 382.389,46  ( € 468.553,61 minus € 86.164,15 ).

Meijering werd in 1999 en 2000 naar eigen zeggen opgelicht door kunstschilder en handelaar Cor van Loenen en zijn vrouw, toentertijd zijn huisvrienden. Zij verkochten hem Ploegschilderijen, maar in 2002 kwam de toenmalige conservator van het Groninger Museum dr. Han Steenbruggen erachter dat de schilderijen niet authentiek waren. Het echtpaar Van Loenen bleek niet bereid te zijn de koopsommen te restitueren en de schilderijen terug te nemen, conform gemaakte mondelinge en schriftelijke afspraken tussen koper en verkoper. Als gevolg waarvan Meijering genoodzaakt was deze kwestie voor te leggen aan de bevoegde rechter.
 
Eigen onderzoek
Wat begon als een redelijk eenvoudige zaak (Van Loenen c.s. hoefde immers alleen de schilderijen terug te nemen en de koopsommen te restitueren) bleek een eindeloos traject te worden. Sterker nog, de zaak is na ruim 16 jaar nog steeds niet afgerond. Meijering startte op 30 januari 2003 een civiele procedure om zijn geld terug te krijgen, deed vanaf 2004 diverse aangiften bij de politie, ging zelf op onderzoek uit waarbij hij onder andere een link ontdekte met de verdwenen collectie Zwaneveld (550 schilderijen) en liet zelfs op eigen kosten een onafhankelijk technisch onderzoek verzorgen, ondermeer in Engeland, bij vijf betwiste Ploegschilderijen. Ook kwam hij erachter dat een taxatierapport van de taxateur Auke van der Werff, dat hem beschikbaar was gesteld bij de aankoop van de schilderijen, reeds na een dag was ingetrokken door de taxateur en vervalst was. Een uitermate belastende brief van de taxateur, behorend bij dit taxtierapport heeft Meijering bij de aankoop niet gezien en hij was daarvan niet op de hoogte.

Keer op keer werd Meijering in het gelijk gesteld in diverse rechtszaken en inmiddels is er een bedrag voldaan door Van Loenen van in totaal  € 86.164,15.
 
Strafvervolging

Cor van Loenen ontsnapte in 1993 al aan strafvervolging in de zogeheten Eerste Altink Affaire (1991-1995). Het Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie (thans NFI) constateerde dat de signatuur van het in beslag genomen schilderij ‘Heuvellandschap’ (‘Pic de Luc’), dat deel uitmaakt van de vijf betwiste schilderijen, vals was. Door langdurige ziekte van de onderzoeker rondde de officier van justitie de zaak af na een gebrekkig en onvolledig onderzoek en – zo bleek later – seponeerde deze onterecht. Van Loenen ontving van Justitie twee keer een forse schadevergoeding.
 
Ook in de huidige Affaire, de zogeheten Tweede Altink affaire (vanaf 2003) ontsnapt het echtpaar Van Loenen aan strafvervolging. Ondanks de toezegging door de officier van justitie om een strafzaak te starten binnen de termijn dat de zaak verjaard zou worden is dit niet gebeurd. Gevolg: geen strafzaak. Tijdens een door Meijering ingesteld hoger beroep via een ‘art. 12 procedure’ bleek deze zaak inmiddels verjaard en was deze zaak – ondanks alle toezeggingingen van het OM – niet tijdig door het OM gestuit.
 
De kosten, de onzekerheid en de langdurige intensiteit van onderzoek leidden bij Meijering tot diverse gezondheidsklachten. Maar opgeven is voor hem allang geen optie meer. Johan Meijering wil met zijn maatschappelijke missie het onrecht tegengaan en hoopt het hoofdstuk eindelijk te kunnen afsluiten.
 
Beide partijen kunnen overigens na het arrest van het gerechtshof Leeuwarden nog in cassatie bij de Hoge Raad.

Over De Ploeg:
De valse schilderijen zijn gesigneerd, als zouden ze van de Kunstkring ‘De Groninger Ploeg’ komen. De Ploeg is een kunstenaarscollectief, dat in 1918 in de stad Groningen werd opgericht. Jan Altink en Johan Dijkstra waren in 1918 de oprichters van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg.’ De nalatenschap van deze  kunstkring is niet alleen regionaal en nationaal erkend, maar is ook internationaal bekend geworden. In het Groninger Museum is een aparte afdeling van het oeuvre van de kunstkring ‘De Groninger Ploeg’ opgenomen. In de jaren negentig stegen de prijzen naar grote hoogte. Op 1 december 1998 werd een schilderij van Johan Dijkstra geveild met een opbrengst van omgerekend meer dan € 63.000,­ Een schilderij van Jan Altink bracht bij hetzelfde veilinghuis op 7 december 2006 een bedrag op van meer dan € 44.000,­.
 
Meer weten: http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Ploeg_(Groningen)
 
UITNODIGING
Het hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden vindt plaats op maandag 20 mei 2019

PDF Persbericht TWEEDE ALTINK-AFFAIRE

Kunstvervalsingen Groninger Ploeg

Hoger Beroep zaak Meijering – echtpaar Van Loenen

OPENBARE rechtszitting
Datum: maandagmiddag 20 mei 2019 – Aanvang: 13.30 uur
Wilhelminaplein 1, LEEUWARDEN

De onderstaande publicaties zijn tot stand gekomen onder auspiciën van de Johan Meijering Stichting.

Klik op de afbeelding hieronder om de publicatie te bekijken.

Klik op de afbeelding hieronder om de publicatie te bekijken.

Klik op de afbeelding hieronder om de publicatie te bekijken.

Doelstelling

De stichting heeft ten doel:

  1. het bijeenbrengen en behouden van alle zaken die betrekking hebben op het immaterieel en cultureel erfgoed van Johan Meijering,
  2. het leveren van bijdragen om verbeteringen te realiseren voor een betere wereld,
  3. het stimuleren en enthousiasmeren van andere personen en instanties, en
  4. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
Doelstelling te verwezenlijken door...

2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het onderhouden, in stand houden en exploiteren van de website: www.johanmeijering.com,
b. het publiceren of doen publiceren over Johan Meijering dan wel zijn ideeën, visies en overtuigingen,
c. het opsporen en registreren en het zo mogelijk in eigendom, bezit of bewaring verkrijgen van voorwerpen, documenten en afbeeldingen, die voor genoemd erfgoed van Johan Meijering van historische betekenis zijn,
d. het uitgeven en publiceren van artikelen en nieuwsberichten over de ideeën, visies en overtuigingen van Johan Meijering,
e. het waarborgen van de continuïteit van al het voorgaande en het zijn van een veilige bewaarplaats voor alle zaken die Johan Meijering aangaan, waaronder onder meer begrepen publicaties, boeken, foto-, beeld- en archiefmateriaal, en
f. alle andere wettige middelen.

Correspondentie gegevens Stichting:
Johan Meijering Stichting
p/a Sibrandaheerd 78
9737 NT GRONINGEN

Wilt u contact opnemen met onze Stichting en/of meer informatie ontvangen vul dan het contactformulier hiernaast in. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.

De Johan Meijering Stichting is op 09-11-2017 ingeschreven bij de KvK onder nummer 70040982.

10 + 3 =

Scroll Up